De Duinen


Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen is een van de grootste en mooiste natuurgebieden van Nederland. Hier kunt u eindeloos struinen in de 'Brabantse Sahara', fietsen door uitgestrekte bossen of paardrijden over zandheuvels. Van de natuur genieten kan hier vier seizoenen lang; elk seizoen is anders.
In het natuurgebied ligt een van de meest uitgestrekte stuifzandgebieden van West-Europa, van maar liefst dertig vierkante kilometer levend stuifzand. Levend stuifzand is zeldzaam in Nederland. Het zand is afgezet door poolwinden in de laatste ijstijd. Eeuwenlang was het bedekt door oerbos. Totdat streekbewoners in de middeleeuwen brandhout en landbouwgrond nodig hadden. Op de heide lieten boeren in de veertiende eeuw hun vee grazen. De grond raakte uitgeput en de wind blies daarna steeds grotere zandvlaktes open. De opmars van het stuifzand is tegengehouden door naaldbomen te planten. Struinen in het stuifzand is nu overal toegestaan. Let op onder gestoven boomkruinen die nog maar net boven de grond uitsteken
Om de heide in de Loonse en Drunense Duinen kort te houden, grazen er schapen. Dat houdt heide gezond en vitaal. Ook de naaldbossen wacht een opknapbeurt. In het gevarieerde bos dat daarna ontstaat, voelen zangvogels, roofvogels en zoogdieren, zoals de ree en de das zich prima thuis. In 1999 zijn door Natuurmonumenten en Vereniging Das & Boom twaalf dassen uitgezet. De populatie is sindsdien flink gegroeid.
Ontdek de schoonheid van het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen te voet, op de fiets, op een mountainbike of te paard. Via vele gemarkeerde wandel-, fiets-, mountainbike- en ruiterroutes kunt u in dit Nationale Park alle kanten op. Als u de zandvlakte intrekt, bedenk dan dat een tocht door het mulle zand zwaar is en dat de temperaturen ’s zomers flink kunnen oplopen. De aangrenzende bossen kunnen dan verkoeling schenken.

Het gebied de Loonse en Drunense duinen is met zijn 3500 hectare één van de grootste natuurgebieden van Nederland en het grootste stuifzand gebied van West-Europa. Het gebied is ontstaan toen zo'n 30.000 jaar geleden het toendra klimaat heerste. De wind voerde zand aan en bedekte daarmee grote delen van Nederland en vormde stuifzand. Deze stuifzanden raakten begroeid met bossen die de mens kapte voor brandstof, en bouwmateriaal, waardoor het bos langzamerhand plaats maakte voor heide.

De ontstane heidegrond werd overbegraasd door het vee, waardoor er zand aan de oppervlakte kwam dat kon gaan stuiven. Karakteristiek zijn nu de verspreide heideveldjes en boomgroepen. In de bossen vindt u de oude nederzetting Giersbergen. Dit is een eeuwenoude agrarische gemeenschap die lang op zichzelf aangewezen was.